Beter Buiten 0 - Speurders van natuurfenomenale verbanden

Beter Buiten 0 - Speurders van natuurfenomenale verbanden

Duur activiteit: +/- 90 min: 60 minuten voor de waarnemingen buiten en 30 minuten voor het structureren via het voorgestelde categorisatiemiddel

Materiaal: Kleine tekenblokjes, potloden, papieren cd’tjes (voorbeeld hieronder), een klasbord, magneten om de tekeningen op te hangen op het bord

Papieren cd’tje: de leerlingen tekenen erop wat ze hoorden

Verloop activiteit

Stap 1: Laat de leerlingen een uurtje (of minder indien uw tijd beperkter is) buiten wandelen  - op een terrein die u uitkoos en waarvan u de grenzen op voorhand vastlegde - met een tekenblokje, een papieren cd’tje en een tekenpotlood bij de hand. Alleen of in kleine groep gaan ze als speurders op zoek naar fenomenen die hen intrigeren en waarvan ze vermoeden dat er een verband tussen verschillende elementen achter ligt. Ze maken er tekeningen van in hun tekenblokje.

Stap 2: Om de uitstap rustig af te sluiten, brengt u de leerlingen weer samen en laat u ze een plekje uitkiezen om zich neer te zetten. Ze nemen hun papieren cd’tje en potlood bij de hand en met gesloten ogen en in stilte moeten ze 10 minuten luisteren naar al de geluiden die ze horen. Wanneer ze een geluid horen, tekenen ze dat geluid op hun cd’tje op zo’n manier dat we een idee krijgen van in welke richting het geluid komt: het kind zit in het centrum van het cd’tje en tekent de geluiden rechts of links op het cd’tje afhankelijk van of het geluid van zijn rechter- of linkerkant komt en naast het centrum of de rand op het cd’tje afhankelijk van of het geluid van dichtbij of van verderaf lijkt te komen.

Stap 3: Terug in de klas wordt getracht om de observaties te structuren zodanig dat de verbanden tussen de elementen duidelijk worden en dat er over wordt gereflecteerd. Een afbeelding van het hiervoor voorgestelde observatiemiddel vindt u hiernaast.

Op het bord maakt u een tabel met vijf rijen en vijf kolommen. De vijf rijen zijn (beginnend van boven naar beneden): planten, dieren, klimaat, mens, water-bodem. Voor de vijf kolommen noteert u in dezelfde volgorde (beginnend van rechts naar links) dezelfde categorieën. Nadien trekt u een pijl van de rijen naar de kolommen. Die pijl geeft de richting weer van de invloed van een element naar een ander.

Zien

Eerst halen de leerlingen de tekeningen van de fenomenen die ze zagen terug bij de hand. Dan proberen ze om de beurt hun tekening in het juiste vakje te plaatsen. De leerling legt daarbij uit waarom hij denkt dat zijn tekening in dat vakje hoort. De andere leerlingen geven nadien hun mening over de keuze van het vakje: zijn ze er wel of niet mee akkoord? Indien een leerling er niet mee akkoord is, beargumenteert hij zijn andere keuze. Na het horen van de verschillende keuzes en argumenten, wordt de knoop klassikaal doorgehakt: de leerkracht geeft aan welke opties mogelijk zijn en de meerderheid beslist. 

Voorbeelden van geobserveerde fenomenen en de verbanden/invloed:

  • Een opengebroken hazelnootje: invloed van dieren op planten
  • Een bewerkt en bezaaid veld: invloed van mens op bodem
  • Paddenstoelen die zich op de stam van een boom nestelen: invloed van planten op planten
  • Omgekapte bomen: invloed van mens op planten

Horen

Nadien halen de leerlingen hun papieren cd’tje boven met de tekeningen van de fenomenen die ze hoorden. Om de beurt komen ze op het bord noteren welk geluid ze hoorden in een passend vakje. Dezelfde werkwijze wordt gehanteerd: de leerling beargumenteert zijn keuze en de meerderheid beslist.

Voorbeelden van gehoorde fenomenen en de verbanden/invloed:

  • Een vliegtuig of auto: invloed van mens op dieren (storing door geluidsoverlast) en/of invloed van mens op klimaat (door de uitstoot van CO2 die bijdraagt tot de klimaatverandering)
  • Een vogel die fluit: invloed van dieren op dieren
  • Water dat loopt in een beekje: invloed van water op bodem

U zal dus ervaren dat sommige tekeningen echter in meerdere vakjes geplaatst kunnen worden, of dat het soms om een vermoeden gaat, maar dat men niet altijd zeker zal zijn van het verband. Vooral bij de gehoorde fenomenen is het minder evident om een verband of invloed te bepalen omdat we het niet zien. Het is echter niet erg om met enkele vraagtekens te eindigen.

Mogelijke uitbreidingen: Indien uw leerlingen fenomenen tegenkomen waarvan u zelf niet zeker bent van het verband, is dit misschien een gelegenheid om ze hier in groepjes informatie rond te laten opzoeken en kennis op te doen?

Dit is een interessant middel om de leerlingen te doen reflecteren over de beïnvloeding en verbanden tussen verschillende categorieën van ecosystemen. Het kan bovendien leiden tot interessante klasgesprekken over de wenselijkheid van sommige invloeden. U kan het dus gebruiken als aanzet om een volgend milieuthema of natuurlijk fenomeen aan te snijden waar u en de leerlingen meer over willen weten.

Lager - 2e graad - 3e graad - Secundair - 1e graad

Reactie toevoegen